direct to content

MaSS

stepping stones of maritime history

History

Een VOC eskader van drie schepen, De Oranje (350 last), Mauritius (300 last) en Erasmus (270 last) “benevens een niet genoemd jacht” vertrok 12 juni 1607 vanuit Ternate (toenmalige hoofdkwartier van de VOC in Indië) naar China. VOC bewindvoerder Cornelis Matelieff leidde persoonlijk het eskader. (Groenveldt p. 23).

Matelieff kwam eind juli 1607 aan bij de Si Kiang (Parelrivier). Hij zeilde voorbij Portugees Macau en ankerde niet verderop bij het eiland Lantau (nu in Hong Kong). Hier was een Chinese grenspost. Matelieff legde uit dat de Hollanders en Portugezen vijanden waren. De Hollanders konden niet via Macau handel drijven maar wilden rechtstreeks met de Chinezen handel drijven.

Een recommandatie brief, ondertekend door prins Maurits werd naar de autoriteiten in Kanton gestuurd. Het antwoord kwam nooit, althans niet op tijd. Op 9 september verschenen zes Portugese galjoenen in de verte. Matelieff was er niet gerust op, ondanks verzekering van Chinese zijde dat de Portugezen niet zouden aanvallen. De Portugezen kwamen echter dichterbij en dreigde de Hollandse schepen af te sluiten van open zee. Matelieff moest met zijn drie schepen zo snel mogelijk naar volle zee uitwijken. Dat viel nog niet mee omdat zijn schepen traag waren door aangroeiing en de lading aan boord.

Ongenoemd jacht
Het ongenoemde jacht was zo slecht bezeild dat het de twee andere schepen niet kon bijhouden. Het werd lek gestoten zodat het de vijand niet in handen zou vallen en verlaten. Het jacht bleef echter drijven tot het uit zicht verdween. (Groeneveldt p. 34 ) De Portugezen achtervolgden de twee overgebleven schepen nog twee dagen alvorens om te keren.

Het lekke jacht dat wordt achtergelaten is het niet genoemde jacht dat Groeneveldt eerder vermeld. In zijn interpretatie zou Matelieff’ eskader bestaan uit drie schepen en een (niet bij naam genoemd) jacht. Maar uit Matelieff latere brieven en blijkt uit niets dat het om vier schepen ging.

Er zijn drie mogelijkheden: Het gaat om een vierde schip, een jacht dat dan - vreemd genoeg - niet genoemd werd.

Het zou kunne gaan om een opbouwjacht (boot) meegenomen als bouwpakket aan boord van een der grotere schepen.

Het zou kunnen dat de term jacht wat slordig werd gebruikt voor één van de drie schepen bijgevolg het kleinste van de drie schepen te weten De Erasmus.

We kennen verschillende schepen met de naam Erasmus. In de DAS komt een Erasmus voor in de zelfde periode met dezelfde lastmaat (270). Deze was ook lek maar is gezonken bij het eiland Mauritius. (DAS 5081.2).

Matelieff heeft het in zijn missiven en brieven over drie schepen.

Hij vermeld dat na het achter laten van het jacht hij verder vaart met de twee overgebleven schepen. Geen woord over een (opbouw)jacht of 4e schip. Dus het moet bijna wel De Erasmus zijn geweest die tot zinken werd gebracht. Daarmee is dit jacht het eerste Nederlandse schip dat achter bleef in Chinese wateren.

Description

References

  • Groeneveldt M.J. van, (1898).
    De Nederlanders in China.
    Martinus Nijhoff. ’s Gravenhage.

Down on 16 June

New in MaSS

Wrecks of Flevoland

Burgzand Noord

Dutch Presence in Cuba