History
Slavenschip
De Sint Jan was een schip van de WIC. Op 4 maart 1659 vertrok het schip uit Elmina in Ghana en maakte nog verscheidene stops in westelijk Afrika om tot slaaf gemaakten te kopen. Het schip voer samen met de Vrede en de Coninck Salomon, ook WIC schepen. De tot slaaf gemaakten waren voornamelijk bestemd voor Curaçao, gedeeltelijk om daar te werken en gedeeltelijk om verder te verhandelen op het vasteland van Zuid Amerika.
De kapitein van de St. Jan, Blaes, had geen ervaring met het varen in het Caribisch gebied, hij had tot dusver vooral in Afrikaanse wateren gezeild. Tijdens de oversteek overleden 110 tot slaaf gemaakten aan ziektes. Bij aankomst in het Caribisch gebied besloot de kapitein om Tobago aan te doen om water in te slaan, omdat ze door de voorraad heen waren.
Schipbreuk en gekaapt
Maar het lukte ze daarna niet om Curaçao te bereiken. Waarschijnlijk door een navigatiefout stuitten ze op 1 november op een koraalrif bij de Los Roques eilanden in Venezuela. De kapitein wist zichzelf met een deel van de bemanning te redden in de sloep en ging naar Curaçao. Pas drie dagen later slaagden ze erin terug te komen met reddingsboten. De overlevende tot slaaf gemaakten werden gered om alsnog te verkopen. Ook werd de lading ivoor die aan boord was geborgen.
Toen ze net wilden vertrekken, kwam er een Engelse kaper (onder leiding van een Deense kapitein) opdagen die ze dwong de tot slaaf gemaakten en de lading over te dragen. De mensen werden daarna waarschijnlijk in Jamaica verhandeld.
Description
Bewapening: 12 kanonnen
| Master | Blaes |
|---|
Status
Archeologisch onderzoek
In 2025 werd er door een team archeologen een onderzoek ondernomen naar wrakken op de Los Roques eilanden. Hierbij waren o.a. Ipso Facto, Arkaeos en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed betrokken.