direct to content

MaSS

stepping stones of maritime history

History

De Roei-kanonneerboot nr. 18 maakte in de zomer van 1819 deel uit van het marine-eskader* dat werd gestuurd naar het sultanaat Palembang op Oost Sumatra tijdens de zogeheten 'Eerste Palembang-expeditie' onder schout bij nacht Wolterbeek (vertrek uit Batavia 22 -8-1819). 

Palembang expedities
Het Nederlands-Indische gouvernement probeerden de opstandige Sultan Mahmud Badaruddin II van Palembang (Sumatra) te onderwerpen nadat deze (het oude VOC) verdrag niet meer erkende. In oktober trok Wolterbeek met zijn eskader de SoengSang (Musi) rivier op richting de stad Palembang. Ze ontmoetten veel tegenstand. Het moerassige terrein met kreupelbos langs de oevers bleek danig ongeschikt voor een landing. Een groot aantal zieken op de schepen, vormden een verdere belemmering. In de rivier aangelegde paalwerken door de troepen van de sultan bleken lastig of onmogelijk te passeren zodat de schepen niet dicht bij de verdedigingswerken konden komen

Wolterbeek op 30 oktober besloot om de troepen te laten terugkeren naar Bangka en Batavia.

. Enkele oorlogsschepen bleven achter om de riviermonden te blokkeren.[10]

De expeditie eindigde in een nederlaag voor het Nederlands-Indisch leger en twee jaar later zou een Tweede expeditie naar Palembang plaatsvinden.

De expeditie mislukte. De grote schepen konden de stad Palembang via de rivier Musi niet bereikt. Vervolgens werd een blokkadevloot voor de rivier gelegd om de sultan te dwingen tot overgave.

Blokkade 

Roei-kanonneerboot nr. 18 maakte deel uit van de blokkade vloot. In 1820 vonden vele schermutselingen plaats tussen de strijdkrachten van de sultan en de blokkadeschepen.

Roeikanonneerboot nr. 18 patrouilleerde in de delta van de Musi rivier. Ze liep in een hinderlaag en werd in brand geschoten door Palembangse troepen, die van zeer dichtbij konden vuren. De roeikanonneerboot kon niet snel genoeg wegdraaien. Het schip raakte zwaar beschadigd en zonk.

De overlevende bemanning werd gevangen genomen en naar Palembang over gebracht. Daar bleven ze krijgsgevangen tot de inname van Palembang . Bruinier kwam ook vrij en kreeg meteen het bevel over een nieuwe
roei-kannoneerboot nr. 18.(Bataviasche courant)

*) Linieschip Tromp, de brik Irene, kanoneerboten nr. 17 en 18. transportschepen Arinus Marinius, admiraal Buyskes, en Henrietta Bethoy.

Description

De bemanning 
De bemanning van de nr. 18 bestond uit circa 35 tot 40 koppen. 
De Europese opvarenden telden 10-15 man. De commandant luitenant ter zee der 2e klasse Bruinier, ondersteund door een adspirant-officier (adelborst) en een equipage van mariniers en kanonniers.

Het merendeel van het varende volk bestond uit ca. 20 inlandse (hoofdzakelijk Javaanse) matrozen en dwangarbeiders (kettinggangers) die de boot moesten roeien.

MasterBruinier, J.C.
People on board35

References

Go to adjust periods of visible sites

Themes