History
Op 24 januari 1708 vertrok vanuit Texel een konvooi van 32 schepen. Het bestond uit schepen van zowel de VOC als de WIC, die gezamenlijk aan een gevaarlijke overtocht begonnen. Vanwege de oorlog met Frankrijk werd gekozen voor de zogenoemde ‘route achterom’.
De Meijnden was uitgerust door de WIC-kamer Amsterdam en had Elmina en Angola als bestemming. De lading bestond onder meer uit munitie, geweren en zogenoemde ‘trainsgoederen’. Deze goederen waren bedoeld om in Afrika tot slaaf gemaakten te kunnen kopen. Na deze fase zou het schip koers zetten naar Curaçao, waar de tot slaaf gemaakten verkocht zouden worden.
Stranding bij Northumberland
Kort na vertrek kreeg het konvooi in de Noordzee te maken met tegenwind en zware storm. Op 27 januari raakten de schepen verspreid, waardoor meerdere vaartuigen uit koers werden gedreven. Een deel van de schepen werd richting de kust van Northumberland gedreven. Verschillende daarvan strandden ter hoogte van Bamburgh Castle. Ook de Meijnden behoorde tot deze schepen.
Het schip strandde en verging op de Engelse kust. De goederen en de bemanning werden geborgen. In Nederland werd opgelucht gereageerd, omdat de schade volgens de hoge heren investeerders beperkt was gebleven. Zij dankten daarvoor de Allerhoogste:
“Alder hoogsten dat hij ’t smertelijk verlies van kostelijke slavenschip Meijnden, daar door eenigsints heeft willen versagten: en wenschen dat sulke fataale ongelucken d’Ed: Comp: nooit meer mogen treffen, maar haar commencie tot volle perfectie moge opklimmen.¹
De goederen en bemanning werden vervolgens door het VOC-schip Bon terug naar Nederland gebracht.*
Voor de investeerders bleef de financiële schade inderdaad beperkt. In plaats van de verloren Meijnden werd het jacht Eva Maria naar Guinee gezonden.¹
Type schip
Een belangrijk aanknopingspunt voor de identificatie van de Meijnden komt uit een verslag van een anonieme schipper. Na de stranding zag hij in de verte, op de kust, een schip met een blauw gat of hakkebord. Binnen het hele konvooi was slechts één schip met zo’n blauw gat: de Meijnden.²
Omdat een hakkebord een vorm van spiegelversiering was die kenmerkend is voor fluitschepen, ligt het voor de hand dat de Meijnden eveneens een fluitschip was. Daarmee ondersteunt dit detail niet alleen de herkenning van het schip na de stranding, maar geeft het ook aanwijzingen over het scheepstype.
*) Het VOC-fluitschip Bon was op dezelfde kust gestrand, maar wist weer los te komen.
Description
| Skipper | Louw, Klaas |
|---|
References
- Heijer, Henk J. den, (1997)
Goud, ivoor en slaven: scheepvaart en handel van de Tweede Westindische Compagnie op Afrika, 1674-1740 - Resoluties van de Vergadering van Tienen