direct to content

MaSS

stepping stones of maritime history

History

In het voorjaar van 1777 voer - net als elk jaar - een vloot van Europese walvisvaarders (o.a. Nederlandse-, Engelse-, Duitse- en Deense schepen) naar de arctische wateren rond Groenland om walvissen en robben te jagen.* Het seizoen van 1777 zou echter uitmonden in een van de grootste rampen uit de geschiedenis van de walvisvaart.

Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery.1792

Vast in het ijs
Er lagen 24 juni meer dan 50 walvisvaarders aan een groot ijsveld ten oosten van Groenland ter hoogte van de baai Gael Hemkes. Ze lagen te wachten op walvissen die voorbij zouden trekken. Door mist vormden zich enorme ijsmassa's om hen heen. Alleen de schepen die aan de oostkant van het ijsveld lagen, wisten op tijd te ontsnappen. 27 schepen bleven achter. Sommige van deze schepen slaagden erin om in augustus en vooral in de eerste dagen van september weer open water te bereiken, maar 12-14 schepen uit Hamburg en Nederland, zaten onherroepelijk vast in het ijs, dat door aanhoudende oostelijke wind richting het land werd gedrukt. Schepen werden verpletterd als luciferdoosjes en de mannen belanden bijna zonder leeftocht of beschutting op ijsschotsen.

Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery.1792
Kaart met daarop de route en locaties van de vloot van 1777

Commandeur Hidde Dirks Kat van de Juffrouw Klara:
"Wij stonden hopeloos op het geweldig stootend ijs, in vreeze, om ieder oogenblik door hetzelve vermorzeld te worden. Het land was buiten ons gezigt. Wij waren nabij de opene zee en werden Zuid-westwaarts aan voortgeslingerd op de schotsen.." ¹ 

Overleven op ijsschotsen
De meeste opvarenden kwamen nog wel levend van de schepen. Maar zonder beschutting en op ijsschotsen die door wind en stroming snel naar het zuiden dreven stierven honderden mannen door verdrinking, honger, bevriezing en uitputting. Het laatste schip dat werd werd verbrijzeld was De Wisselvalligheid van Klaas Jansz Castricum bij Statenhoek, het zuidelijkste puntje van Groenland op 11 oktober.

Commandeur Jeldert Jansz Groot van De Anna verklaarde dat van deze 286 man een paar dagen later nog maar 42 in leven waren. ²

Zo'n drie groepjes schipbreukelingen wisten na barre tochten over het ijs onafhankelijk van elkaar het vasteland van Groenland te bereiken.

Dagboek Hidde Dirks Kat
Een Inuit in kayak

Redding
Daar kwamen ze in contact met Inuit. De ernstig verzwakte mannen werden gered en in sommige gevallen één voor één achter op kayaks in veiligheid gebracht en opgenomen in hun huizen. Hidde Kat beschrijft de inuit huizen in zijn dagboek.

De extra monden waren al snel te veel en honger bleef een groot probleem.
Men kon niet lang op 1 locatie blijven. De mannen werden 'doorgegeven' van nederzetting naar nederzetting. Sommigen verbleven overwinteren bij de inuit anderen in Deense kolonies Frederikshåb (nu: Paamiut),en Juliana Hoop. In de loop van 1778 konden de overlevenden via Deense schepen terugkeren naar huis.

Literatuur
De ramp is in detail beschreven door verschillende overlevenden en andere schrijvers (zie referenties). Marten Jansen kwam 31 mei in Amsterdam aan. Al een paar dagen later stond zijn verhaal op papier en werd het uitgegeven als: Kort, doch echt-verhaal van commandeur Marten Jansen.

titelblad Historische wahre Nachricht
Historische wahre Nachricht von dem Elend und Drangsalen des im Jahre 1777 auf dem Wallfischfang nach Grönland

Ware afbeelding van een teruggekeerde zeeman van de ramp 1777. Hij liep in Amsterdam rond in Zeehonden kostuum genaaid door inuit vrouwen.

Een anonieme gebleven schrijver ziet op 12 juli 1778 drie zeelieden door Amsterdam lopen, gehuld in eskimokleding. Vermoedend dat het overlevenden zijn van de Groenlandse scheepsramp van de afgelopen winter, spreekt hij ze aan. Het blijken opvarenden van de Wilhelmina, in 1777 in het ijs vergaan. Het verhaal van de drie Duitse zegslieden wordt door de schrijver bloemrijk naverteld in: Echt historisch verhaal op Wegens het verongelukken van hun Schip, de Wilmiena . Een gedeelte van de opbrengst daarvan was bedoeld voor de berooide zeelieden.
Het geeft enmigszins aan hoe de gebeurtenissen van die winter tot de verbeelding van het publiek speelde. Later werden boekjes over de ramp 17 maal in verschillende talen uitgegeven tussen 1778 en 1818,. (Beelen)

*) Het Nederlands, Duits en Deens weerspiegelen het internationale karakter van de arctische walvisvaart, waarin Nederlandse en Deense commandeurs in dienst konden zijn van Duitse rederijen, en Duitse commandeurs voor Nederlandse reders konden varen; omdat veel aanmonsterende bemanningsleden uit dezelfde streek kwamen als de commandeurs (veelal een van de Waddeneilanden).(Hans Beelen 3

Description

De schepen van de commandeurs* die vergaan zijn bij Groenland

Hamburg schepen.

Juffrouw Klara, Hidde Dirks Kat. 
Sara & Cecilia, Hans Pieters 
Zwei Hermanns, Engelbert Jensen, Romø 
Mercurius, Hans Christiaan Jaspers 
Jacobus, Pieter Andersen uit Romø
Het Witte Paard, Marten Jansen van Hamburg
Frau Agatha 

Nederlandse schepen
De Anna, Jeldert Jansz. Groot , Zaandam
D'Hoopende Visser, Amsterdam, Volkert Jansz
Wilhelmina, van Jacob Hendrik Broertje
De Wisselvalligheid, van Klaas Castricum
De Jonge Roggebloem, van Cl. Keuken de Jongen 
De Vergulde Walvis, Roelof Meyer
De Vrouw Wyva Ida, Jacob Bremer (Texel)

Commandeur was de benaming voor een schipper van een walvisvaarder in die periode

References

Go to adjust periods of visible sites