direct to content

MaSS

stepping stones of maritime history

History

In het Friese Britsum is in 1905 een houten scheepswrak aangetroffen. Tijdens het graven van een vaart bij Britsum bedoeld voor het vervoer van afgegraven terpaarde van de terp van Britsum in 1905, werd toen waarschijnlijk een schip aangesneden. Helaas is het niet bewaard gebleven.

De toenmalige conservator van het Fries Museum, mr. P.C.J.A. Boeles. schrijft over de vondst een jaar later toen hij een bezoek bracht aan de afgravingen. Het was een vondst “die wellicht van groot belang had kunnen zijn, indien de gravers er het Friesch Museum tijdig mede [van] in kennis gesteld hadden.” 
Boeles vermeldt dat de boot zo groot was als een flinke Friese praam, “min of
meer verwant aan de wereldberoemde vondst uit het Nijdammerveen in Schleswig-Holstein”, en dat het zeker geen boomstamkano was geweest.

Hout uit een put

In 1906 kon Boeles nog slechts enkele stukken veilig stellen en werden de vondsten ingeschreven in de Terpenboeken, het register van het Fries Museum waarin alle vondsten uit afgravingen werden beschreven. Het scheepshout kreeg de nummers 20B: 231, 232, 240 en 241 onder het terpnummer van Britsum.
Later (na 1906) schreef Boeles in de kantlijn bij de beschrijvingen: “Later
bleek bij ontgraving dat dit houtwerk van een put en geen schip was" Daarmee concludee4rde hij dat het toch geen schip was geweest.

Of scheepshout

Drie van de stukken hout zijn bewaard gebleven en bevinden zich tegenwoordig in de klimaatkamer van het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis. In elk geval twee daarvan, allebei met nr. 231, zijn wel degelijk stukken scheepshout. Ook het hout met nummer 240 werd later door de auteurs herontdekt. Het is een plank met pengaten en lijkt ook scheepshout.

G. van Oortmerssen, RUG/GIA
De uitgedroogde spanten van de Britsum boot

Datering

Een stukje van het met een label 231 genummerde stuk hout werd gedateerd bij het Centrum voor Isotopenonderzoek van de RUG. De 14C-datering gaf als uitkomst: 1246 ± 15BP, gekalibreerd in kalenderjaren 685-778 na Chr.

De onderzochte stukken (fig. 2 en 3) zijn delen van twee natuurlijk gebogen eikenhouten spanten ( inhouten) In de knie is één rond pengat aanwezig. In degelijke pengaten hebben houten pennen gezeten waarmee de spanten aan de huid van het schip waren bevestigd

Description

Scheepstype

Het gaat om een plankenboot uit de vroege middeleeuwen geen boomstamboot. De inhouten zijn afkomstig van een vaartuig met een vlakke bodem, zoals een punter of een aak. Het verschil tussen beide is dat de punter spits toeloopt aan beide uiteinden en voorzien is van staande stevens, terwijl de aak brede stevens heeft, voorzien van een liggende (horizontale)
stevenbalk of stevenplaat.

Zuiderzee collectie

De reconstructie van de zogenaamde praam van Tirns. Zo zag de Britsum boot er waarschijnlijk ongeveer ook uit
Het feit dat spant 2 met een vrij smal deel op het vlak heeft gelegen, zou kunnen betekenen dat het om een punter gaat. In tegenstelling tot een
aak loopt het vlak van een punter, zoals de naam aangeeft, spits toe, dat wil zeggen dat het vlak smaller wordt richting de stevens. De vorm van de
knie geeft aan dat het vaartuig een hoekige kim heeft gehad.

Status

De vondst van een schip dan wel scheepshout uit de Vroege Middeleeuwen in Britsum is belangrijk voor de scheepsarcheologie én de terparcheologie.
Het is een van de zeer weinige vondsten van scheepshout in het maritieme terpenlandschap van Noord-Nederland. Boeles ging ervan uit dat het om een compleet schip ging, waarvan een deel intact in de grond was achtergebleven.

Misschien blijkt het nog de moeite waard te zijn een onderzoek in te stellen naar het nog voorhanden gedeelte van het Britsumer schip” schreef hij in 1906.

Vervolgonderzoek

De auteurs van het artikel in de Paleo-Aktueel dat wij hier volgen onderschrijven deze gedachte van Boelens ui 1906. Gezien het belang van deze vondst nemen wij deze aanbeveling over. Er zou dan eerst vooronderzoek moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld booronderzoek,
om vast te stellen of er zich inderdaad hout c.q. een schip in de ondergrond bevindt. De locatie kunnen we min of meer afleiden uit de beschrijving
van Boele. (Annet Nieuwhof & André van Holk , 57)

References

Go to adjust periods of visible sites